27 juni 2026
Jan Pieterszoon Sweelinck was Deventenaar, Amsterdammer, Nederlander, organist, docent en componist.
En niet zomaar een componist: hij wordt beschouwd als de grootste componist die Nederland heeft voortgebracht.
De stijl waarin hij schreef, de laat-Renaissance polyfonie, is niet zo toegankelijk voor het moderne oor. Vandaar dat veel mensen even moeten nadenken: ‘Sweelinck, ja, de Sweelincklaan… maar wie was dat ook alweer?’ De muziek van Bach spreekt de gemiddelde luisteraar makkelijker aan dan het complexe stemmenweefsel van Sweelinck. Maar als we even stilstaan en de tijd nemen om te luisteren naar verfijning en complexiteit daarvan, dan gaat een wereld open van elegantie, glans en schoonheid.
De amateur-letterkundige Frans Sweerts schreef dat Sweelinck ‘… met my zeer bevriend, het wonder der toonkunstenaars en organisten [was]. Verwonderlijk was te Amsterdam de dagelijksche toeloop om hem het orgel te hooren bespelen. Niemand, die er geen roem in stelde, den man gekend, gezien en gehoord te hebben.’ Sweelinck beviel goed, zijn roem steeg gestaag, leerlingen kwamen op hem af, en al in 1581 verdubbelde de stad zijn salaris. In 1590 kwam daar nog eens de helft bij, maar dat was nog steeds geen royaal bedrag. Want organisten verdienden niet zoveel, tenzij je Cantor werd. Later in zijn carrière belandde hij door zijn vele goed betalende leerlingen in een uitstekende financiële situatie. Sweelinck stierf in 1621.
Wat maakt Sweelincks vocale muziek zo bijzonder? Als je het bekijkt in de ontwikkeling van de renaissance polyfonie (meerstemmigheid), dan kun je zijn stijl zien als een eindpunt, waarin alle eerdere technieken en subtiliteiten van deze vijftiende- en zestiende-eeuwse muziek bij elkaar komen. In minder geniale handen zou zoiets kunnen leiden tot opschepperij. Maar bij Sweelinck klinkt alles heel fris en natuurlijk. Verbredingen en verdichtingen, metrumwisselingen, tegenbewegingen, tekstuitbeeldingen, imitaties en omkeringen: het gebeurt allemaal op een zeer inventieve wijze, bijna zonder dat je het merkt. Het resultaat is een rijk, ademend, levend weefsel waar je aandacht bij elke beluistering weer gevangen wordt door andere gebeurtenissen. Als zanger denk je vaak al zingend ‘hoe krijgt hij het voor elkaar?’
Dit concert was een vooruitblik naar een groter Sweelinck concert in november.
Naast Sweelinck brachten we stukken van o.a. Mendelsohn en Monteverdi.
_______________________________________________________________________________________
4 en 6 april 2026

In het Paasweekend 2026 gaf Kamerkoor Tiraña sfeervolle concerten in de
Koepelkerk in Veenhuizen resp. de Mariakerk in Uithuizermeeden.
Onder leiding van Tymen Jan Bronda bracht het koor een indrukwekkend programma.
Centraal stond de cantate Christ lag in Todesbanden van J.S. Bach.
Daarnaast klonken werken van Byrd, Schütz en Lotti, evenals de cantate
Ja, du hast mir Arbeit gemacht van J.L. Bach.
Aan de concerten werkten tenor William Knight en bas David Greco mee als solisten.
___________________________________________________________________________________________
15 februari 2026

Op zondag 15 februari bracht Tiraña een programma met koorwerken van
J.S. Bach (Cantate BWV4, Christ lag in Todesbanden), Mendelssohn (motet Aus Tiefer Not)
en Schütz (Beati Mortui en Denn er hat seinen Engeln). De koorwerken werden afgewisseld
met enkele orgelwerken: Fantasia sopra Christ lag in Todesbanden BWV 718 van
Johann Sebastian Bach, Concerto in C grote terts voor 2 klavieren/orgels BWV 1061 van J.S. Bach
en Fantasia in G-Dur BWV 571 van J.S. Bach.